MULTIMEDIALE MYTHEN
MYTHEN
- + WAT IS EEN MYTHE
- > SOORTEN VERTELLINGEN
- > HET KIND EN DE KAT
- + EEN MYTHE SCHRIJVEN
- > VOORBEELDEN
- > INFORMATIE ZOEKEN
SCHRIJVEN
HET KIND EN DE KAT 2008
- + VERHALEN
- > DA VINCI COLLEGE
- > ERASMUS COLLEGE
- > ISW 'S-GRAVENZANDE
- > ISW NAALDWIJK
- > LYCEUM YPENBURG
- > MEDIACOLLEGE
- > MONTAIGNE COLLEGE
- > RIJSWIJKS LYCEUM
- > CROSSING BORDER FESTIVAL 2008
KUNSTENAARS
ACTIVE WORLDS
Zwarte Aarde
Lars Tetteroo, Wessel Timmerman en Najiba Abdellaoui
Het was 1942. Een harde wind teisterde het tegenwoordige Ypenburg. De lucht was zwart en met tussenpozen schoot er bliksem door de lucht.
Alleen het geluid van schietende geweren en vliegtuigmotoren klonk boven het harde gedonder uit. Af en toe klonk er geschreeuw, het geluid van iemand die op een afgrijselijke manier het leven verliet. Tussen het Duitse geschreeuw was er een bekender geluid, de overwoekerende stem van Hugo Ypenburg, sergeant van het 53ste peloton. Terugtrekken was het bevel. De Duitsers waren met teveel. Wie niet meer kon lopen werd achtergelaten. Het 53ste peloton rende, terwijl ze op hun hielen gezeten werden door Duitsers en hun lood. Hugo was in paniek, hij wist niet wat hij moest doen. Met hoeveel waren de Duitsers nog? Met hoeveel waren zijzelf nog? Hugo begon zijn wonden te voelen. Hij probeerde te vluchten naar het bos, waar hun landingsplaats was. Met behulp van een radio maakte hij contact met Eindhoven. Dit lukte, maar zij konden niks doen door het slechte weer.
Hij zag zijn broeders weer verschijnen, terug van het slagveld. Hun groene camouflage was onherkenbaar rood doordrenkt van het bloed. Hun gezichten waren zwart van de aarde waar ze in hadden gelegen. Zweet vermengde zich met regen en bloed.
Wonden werden verzorgd en voedsel werd bereid. Voedsel was het haast niet meer te noemen. Er zat zand en schimmel in. Hugo keek hier echter niet van op.
Na al die jaren begon hij aan zichzelf te twijfelen. Was het wel goed wat hij deed? Moest hij zich niet gewoon overgeven aan de Duitse overmacht? Het verleden moest hij laten rusten om zijn eer terug te verdienen. Uiteindelijk gaf eer de doorslag, verliezen was geen optie. Het weer werd nóg slechter. Hij zakte tot zijn knieën in de modder. Maar was de kans er dat ze ooit het vliegveld terug zouden veroveren? Het weer sprak de mannen geen moed in, evenmin het eten. Eerst slapen, bedacht Hugo. De vermoeide mannen liepen om de beurt wacht.
Hugo schrok wakker, was het zijn verbeelding of hoorde hij echt wat aan de rand van het bos? Een hels lawaai, dat was wat hij hoorde. Hij keek op zijn horloge, vijf uur. Het lawaai kwam dichterbij. Hij hoorde onbekende stemmen. Zijn broeders waren nu ook wakker. Hugo greep naar zijn geweer. Hij beval zijn makkers hetzelfde te doen, maar niet te schieten. Er raasden allerlei gedachten door zijn hoofd. Waren het Duitsers of onschuldige burgers? Hij zag een glinstering. Het licht weerkaatste op een helm, het was een Duitse helm. Hij gaf zijn maten een sein: liggen blijven. Nu klonken de voetstappen op 10 meter afstand, schatte hij. Zouden ze ontdekt worden? Waarschijnlijk wel. Ze zouden afgeschoten worden! De voetstappen kwamen dichterbij. Hij hoorde ze nu bij zijn hoofd. Hij moest zijn adem inhouden om niet gehoord te worden. Ze stonden even stil. Nadat ze een sigaret hadden opgestoken, liepen ze weer weg. Het gevaar was geweken. Nu was het tijd voor de tegenaanval.
Terwijl de stappen van de vijand zich verwijderden gebaarde Hugo zijn mannen te volgen. Als katten bewogen ze zich geruisloos in de schaduw van de vijand. Drie mannen die nu duidelijk te onderscheiden waren als wandelende schietschijven. Het ging tegen Hugos eergevoel in om een tegenstander in de rug aan te vallen maar in liefde en oorlog was alles geoorloofd. De gevechtstenues, helmen en uitrusting stonden voor alles wat Hugo en zijn broeders de afgelopen jaren intens waren gaan haten. Die helmen waren de reden dat ze op een slagveld rondliepen in plaats van thuis. Alleen al om die reden gaf Hugo met seintaal aan een van zijn makkers het bevel om te schieten. Hij wist niet of het verstandig was, of de schoten geen slapende honden wakker zouden maken maar dat zouden ze vanzelf wel merken. Voor nu stelde hij zichzelf gerust met de gedachte dat niemand kon horen wie de afzender was. Ondertussen was er nog steeds geen zicht van een vliegtuig dat hen uit deze hel weg kon voeren.
Hugo was zo gespitst op de mogelijke aanwezigheid van nieuwe tegenstanders dat hij in het begin niet eens doorhad dat er een mist opsteeg. Waar gisteren regenplassen, zwarte modder en bloed lagen, was nu een ondoordringbare deken uitgespreid. Op het moment dat de mist hun zicht begon te vertroebelen seinde Hugo zijn mannen halt te houden. Uit een van de rugzakken werd een groot touw gehaald dat ieder van hen om het middel bevestigde. Hierna zetten ze zich weer in beweging, blijven zitten was geen optie dan zouden hun botten verkillen. Hugo ging voorop, tastend in de mist, hopend dat ze niet in de armen van de vijand zouden vallen. Voordeel was natuurlijk wel dat hun tegenstander op dit moment even weinig kon zien. Hugo had deze gedachte nog niet eens uitgedacht toen hij een geweerloop tegen zijn borst voelde. Hij hoorde een paar korte bevelen in de taal die hij verafschuwde en wist dat ze omsingeld waren.
Ontwapend en met geweren in hun rug liepen ze mee met de Duitsers. Omdat Hugo niet wilde denken aan wat komen ging, concentreerde hij zich op de mist die nog steeds om hen heen kringelde. En toen zag hij iets vreemds. Het leek wel of de mist in golven bewoog, golven die steeds hoger werden. Nog voordat dit goed tot hem was doorgedrongen rook hij een zilte lucht en proefde hij zout op zijn tong. Dit was niet de ziltheid en de zoute smaak van bloed, die kende hij te goed, maar van de zee.
De Duitsers leken het nu ook te merken, ze keken schichtig van de een naar de ander. Maar ze werden pas echt onrustig toen het geluid van een miauwende kat – of was het een huilende baby? – hen bereikte en de golven steeds wilder werden. Hugo liet zich niet overmeesteren door verwarring. Hij wist dat dit hun kans was en hoopte dat zijn mannen hetzelfde dachten. Toen hij het geweer uit de handen van zijn bewaker sloeg hoorde hij als in een echo zijn makkers hetzelfde doen. Alsof het was afgesproken kwamen op dat moment de golven tot rust en loste de mist op in vertrouwde zwarte aarde.



